|
Fragment autobiografie - pagina 1 t/m 7
Fragment autobiografie - pagina 35 t/m 39
Fragment autobiografie - pagina 117 t/m 119

MG autobiografie - pagina 1 t/m 7:
In 1998 ging ik met Martijn naar het akoestische ‘Storyteller’ optreden van Ray Davies in Vredenburg.
Na afloop van het optreden kwam Ray naar mij toe. Hij gaf mij een hand en sprak de legendarische woorden: “Hello kid, how are you?” tot mij.
Voor ik kon antwoorden was hij alweer doorgelopen. Dat optreden was mijn eerste échte kennismaking met live popmuziek.
Niet lang daarna speelde de Osdorp Posse in de buurt van ons dorp. Ik had al kennis gemaakt met ‘Geendagsvlieg’ van diezelfde band.
Dit album sprak mij tekstueel en muzikaal erg aan. Dus ik, met Martijn, naar het optreden van de O.P.
Na dat optreden in jongerensoos Rinoceros dachten Martijn en ik: ‘Dát willen wij ook!’.
Zo gezegd, zo gedaan. In de zomer van 2001 schreef ik een aantal teksten, waaronder ‘Blues’ (nooit uitgebracht, en maar goed ook),
‘Kutdag’, ‘Ruimtereis’ en ‘Metal Battle’. Martijn ging aan de slag met synthesizers, drumcomputers en samplers.
We kregen van DJ Colt het muziekprogramma Reason van Propellerhead. Daarmee componeerden Martijn en ik de nieuwe muziek voor onze optredens.
Dat nieuwe programma had voor ons, voor die tijd (eind 2001), onbegrensde mogelijkheden.
De beats klonken een stuk professioneler. Bijzondere geluiden voor in de synth hadden we nu genoeg in voorraad.
Het enige probleem waren nu nog de drums. Na een optreden van Uitverkorenen in de Goudvishal in Arnhem hadden
we kennis gemaakt met de MC en beatmaster Lucifer. We gaven hem onze eerste demo ‘Metro’ en ons adres.
Een week later viel er een pakketje in de brievenbus uit Purmerend.
Daarin zat een CD-Rom met álle drumloops van de ‘Ultimate Breaks and Beats’-serie in .wav-formaat, handmatig van vinyl geript.
Die platen staan vol met nummers waar een drum-solo in voor komt en die LP’s zijn erg moeilijk te vinden.
We waren zelf al op zoek geweest naar die collectie, maar omdat ze zo zeldzaam zijn (én heel prijzig!) kwamen we niet verder dan één of twee LP’s.
Nu we deze drumloops, vers van vinyl, tot onze beschikking hadden, kon de muziek écht af worden gemaakt met vette verknipte drum-samples.
We konden nu elke kick, snare en hat losknippen en zo een eigen drumstel creëren.
Zo ontstond in een korte tijd het album ‘Moordaardig’, maar dan nog wel in een demo-versie.
Alle nummers zijn geschreven (compositie en tekst) en geproduceerd door Martijn en ondergetekende.
Er was nu genoeg materiaal om op te treden. Op 1 december 2001 was het eerste optreden van Moordgasten.
Het vond plaats in jongerensoos Rinoceros, waar wij de Osdorp Posse voor het eerst hadden gezien.
We hadden veel succes en wonnen een wisselbeker die nog steeds bij ons op de vensterbank staat.
Vanaf dat moment traden we op door het hele land.
Omdat we tijdens de ‘Aangenaam-tour’ van Def P & Beatbusters zo vaak naar hun optredens gingen,
stonden we na verloop van tijd al automatisch op de gastenlijst. En na afloop natuurlijk backstage bij die gasten.
We wisten dat Def P een radioshow op Kink FM had, waarin hij Nederlandstalige rap draaide. We hadden net onze ‘Moordaardig’-demo uitgebracht,
en het aangedurfd om er een aan Def P te geven na hun optreden in ‘de Groene Engel’ in Oss.
Die maandag daarna luisterden we zoals gewoonlijk naar ‘Tegenwicht voor Evenwicht’, zijn radioprogramma.
We rekenden er niet op dat hij iets van ons zou draaien. Maar stiekem hoopten we het natuurlijk wel.
Het was toch nog een grote verrassing toen hij ons op prime-time, 22.30, aankondigde en gewoon onze demo de kabel opslingerde.
Hij had gekozen voor ‘Kutdag’. Goede keus. De allereerste keer dat je jezelf op de radio hoort, met een zelfgeschreven nummer,
is niet te beschrijven. Daarna werden we steeds regelmatiger gedraaid op Kink FM, ook met andere nummers.
Zo was ‘Metal Battle’ een keer openingsnummer van zijn show.
Klik hier voor een kort fragment van die bewuste uitzending.
In maart van 2002 gingen we naar het Nederhop-festival in Hoofddorp,
waar onder andere de Uitverkorenen, ABN, Mach & Jesse en Opgezwolle optraden.
Het was een gezellig feestje in de Hoeve.
Omdat we al een beetje bekendheid hadden in de scene werden we het podium opgeroepen door host Janor.
We rapten ‘Metal Battle’ op een instrumentale hiphopklassieker. De mensen gingen helemaal los.
Die avond maakten we kennis met de rappers Macro en Dwarsligger en spraken af in de toekomst samen een nummer op te nemen.
Een paar dagen later kregen we bericht dat we een optreden hadden in het kader van een of andere rap-contest in Wehl.
Het hoofdprogramma was ABN uit België. Daar wilden we graag in het voorprogramma staan.
Er deden 3 groepen mee. We behaalden de derde plaats. De oer-versie van ‘Moordaardig’
(hoes met de hand getekend/Paint door Martijn) werd goed verkocht die dag (8 exemplaren...). De maanden daarna gebruikten we om nieuwe nummers te schrijven.
Ook werden we steeds meer gevraagd voor optredens. In verband met onze jonge leeftijd konden we niet te veel optreden en zochten de leukste uit.
Zo kwamen we in de Escape in Veenendaal in het voorprogramma van de Uitverkorenen samen met Proces Verbaal (Macro).
In de mei-vakantie kregen we een uitnodiging van Radio Centraal in Antwerpen.
Elke zaterdagmiddag werd daar een uitzending met onvervalste Nederlandstalige rap gepresenteerd door Joke en Geert.
We deden daar ‘Ruimtereis’ live, voor het eerst op de radio. Zonder koptelefoon.
Na het interview door Geert, onder andere over de moord op Pim Fortuyn en onze reactie daar op,
vertelden we uitgebreid over een nieuw nummer: ‘Deel Die Zandbak!’. Martijn was met meerdere muzikale projecten bezig.
Hij had nu voor het eerst gebruik gemaakt van zijn elektrische gitaar op een nummer voor Moordgasten.
De gitaarriff die hij bij dit nummer had gemaakt paste precies op de tekst van ‘Deel Die Zandbak!’.
Waar de tekst over gaat, was voor iedereen meteen duidelijk. Het rustpunt in het nummer, het tussenstuk,
hebben we ‘geleend’ van CCC Inc., van het album ‘Jan’. Het nummer was op dat moment al volledig af,
maar we twijfelden of we het wel live konden doen. De tekst is namelijk vrij heftig, en we vroegen ons af of er begrip voor zou zijn.
Zou de tekst niet verkeerd begrepen worden? De belangstelling voor Moordgasten bleef maar groeien.
Er kwamen zelfs aanbiedingen om een plaat met ons op te nemen.
Maar eerst wilden we meer podiumervaring opdoen en onze nummers beter uitwerken.
De legendarische jeugdsoos ‘De Bakkerij’ in Castricum organiseerde een avond met een aantal rapgroepen, waaronder Zaans Schrikbewind, DAC en wij.
Omdat een groot deel van de crew DAC de laatste trein naar huis moest halen zouden wij de avond afsluiten.
Boven op die oude zolder werd ’s middags een gigantische pan spaghetti gemaakt waar iedereen, mannetje of 40, van mee at.
Jiggy Djé kenden wij al uit Wehl, daar zat hij in de jury bij een of andere rap-contest.
Hoe dan ook, die middag zaten we met zijn allen aan tafel (op stoelen, banken en op de grond).
Op de heenweg besloten Martijn en ik dat we een nieuw nummer aan de set gingen toevoegen.
Martijn had op school in de les ‘Techniek’ het onderwerp recombineren behandeld. Die term houdt in dat je van meerdere oude spullen weer één nieuw object maakt.
De muziek voor dat nummer had Martijn gelijk in gedachte en had dat uitgewerkt op zijn computer.
Dope orgeltje met spooky basslijn. Ik had al een klein deel van de tekst in mijn hoofd.
De lange autoreis naar Castricum konden we mooi gebruiken om het nummer voor het eerst te oefenen.
CD-tje in de discman (de iPod van vroeger) en de rap daarbij kwam vanzelf.
In ieder geval, de eerste twee coupletten. We hadden een half nieuw nummer.
Omdat we de zaken serieus aanpakten waren we al ’s middags paraat om te soundchecken.
De technicus nam alle tijd. Onder luisterend oor van DJ Colt oefenden we ‘Recombinatie’ voor het eerst.
We besloten om het nummer gewoon in de set voor die avond op te nemen. Tussendoor gingen we ook nog even uitwaaien op het strand van Castricum.
Terug in ‘De Bakkerij’ begon de zaal vol te lopen.
Zaans Schrikbewind zette een goede show neer en DAC imponeerde met een energieke show.
De hele crew was van de partij.
Na zo’n optreden waren wij bang dat de zaal leeg zou lopen door het late tijdstip, het was inmiddels na twaalven.
Niets was minder waar, tegen de tijd dat wij op moesten kon er niemand meer bij. Wij hoopten nog eventjes dat dat door ons kwam.
Later bleek dat alle kroegen in de omgeving gesloten waren en ‘De Bakkerij’ als enige nog open was.
Ik kan niet anders zeggen dan dat ons optreden meer dan een succes was. Zelfs ‘Recombinatie’ ging in één keer goed.
Onze eigen camera liet het die avond afweten. Gelukkig was er een professionele cameraman die alles digitaal zou opnemen.
We hadden geregeld dat hij ons optreden ook zou filmen. Dit gebeurde en daar waren we blij mee.
Maar na tien telefoontjes hebben we geaccepteerd dat we die beelden nooit meer terug zouden zien. Jammer.
Twee jaar later circuleerde een kort fragment van ons optreden toch op internet. Lang leve internet.
Na afloop van ons optreden in Castricum dronken we nog wat biertjes met Thijs en zijn vrienden, fans van het eerste uur.
Bij de optredens daarna kwamen we ze nog vaak tegen door het hele land.
In de radioshow van Def P op Kink FM, Tegenwicht voor Evenwicht, hoorden wij een oproep van ene DC Lama om je demo op te sturen naar CultOnline.nl.
Deze culturele jongerensite riep groepen op een nummer in te sturen voor een online wedstrijd. De actie heette: ‘It’s a demo’.
Dit leek ons een goede aanleiding om ons nieuwe nummer ‘Ruimtereis’ op te nemen.
We wilden goed voor de dag komen en onze thuisdemo klonk toch wat mat door een 4 euro-microfoon.
Daarom schakelden wij DJ Colt in. In de Colt Chillin’-studio in Arnhem namen we in één middag ‘Ruimtereis’ op, zoals hij hoorde te klinken.
We stuurden dit nummer, inclusief door Martijn ontworpen hoesje, met de briefpost richting Amsterdam, nét voor de deadline.
Althans, dat dáchten we...

MG autobiografie - pagina 35 t/m 39:
De weken daarna bleef de telefoon rinkelen.
Een aanvraag om een 19de eeuwse dichtbundel te vertalen naar Moordgasten-taal. Ik heb het geprobeerd, maar dat was geen doen. Een optreden voor de Nederlandse schaatsselectie, maar dan moest er een kwartier gerapt worden over de schaatsprestaties van mensen waar ik alleen de naam van kende... Rap op bestelling, dat werkte niet. We zochten het leukste van het leukste uit. Tussen alle telefoontjes door hing ook de Arbeidsinspectie aan de lijn. We maakten goede afspraken met ze. Zolang we alle optredens en promotionele activiteiten op tijd doorgaven, was alles OK. Ik kon een stuk of 30 activiteiten doen, en dan moesten we maar weer eens om de tafel gaan zitten. Martijn mocht, omdat hij ‘al’ 14 jaar was, wat vaker optreden. Maar ‘de Moordgast solo-tour’ werd voortijdig afgeblazen. Trouwens, we hadden ook nog te maken met de Ouderinspectie, en die was een stuk strenger...
Omdat zelfs een interview als activiteit werd beschouwd, gingen we selectief te werk. En dat was, door de allerleukste dingen uit te kiezen. Een week na Noorderslag belden onze vrienden van het NOS Jeugdjournaal met het verzoek of wij een optreden wilden verzorgen voor minister-president Balkenende en andere politieke prominenten. Het ging om het jeugd-lijsttrekkersdebat, dus de tekst moest toegespitst zijn op de aanstaande verkiezingen. Rap op bestelling. Dit was té leuk om niet te doen. Betekende wel dat we binnen 3 dagen een compleet nieuw nummer met 2 minuten aan tekst en muziek moesten maken en uit ons hoofd moesten leren. Dat er meer dan een miljoen kijkers zouden zijn maakte het er ook niet makkelijker op. En daar kwam ook nog eens bij dat we ‘geen verstand van de politiek’ hadden. We zeiden volmondig: ‘ja’. Een grote uitdaging, want de tekst kwam live en direct in hun face terecht. In dit geval waren dat meneer Balkenende, meneer Zalm, meneer Bos en Jan. Martijn had nooit moeite om nieuwe muziek te produceren. Hij maakte de muziek, die we later weer voor het (verborgen) nummer URL op onze CD gebruikt hebben. De tekst kwam een dag later, in één keer opgeschreven. Maar nu nog gerapt krijgen, dat wordt vaak onderschat. Die tekst uit ons hoofd leren was geen probleem. Maar laat die woorden maar eens fijn over de beat rollen... Martijn en ik hebben het nummer drie keer gerapt en de beat op maat gemaakt. We waren er klaar voor. Ik weet nog goed dat we, de ochtend van de opnames, op internet de routebeschrijving naar politiek café Dudok te ’s-Gravenhage opzochten. We zagen dat de A12 (Duiven-Den Haag) rond Voorburg helemaal vast zat. Een tankwagen vol met olie was gekanteld en alle olie was verspreid over beide banen van de snelweg. Om op tijd te komen waren we genoodzaakt gebruik te maken van de Nationale Spoorwegen. Toen we in de trein zaten en langs Voorburg kwamen zagen we dat we niet voor niets met de trein waren gegaan. De tankwagen lag nog steeds midden op de weg olie te verspreiden. Wij waren op tijd.
Het regende zachtjes, en meneer Zalm liep het laatste stuk met ons op naar binnen. Zonder ons op te merken, overigens. Bart van Hattum, inmiddels een oude bekende, kwam naar ons toe en stelde ons voor aan Brecht en Hans van het Jeugdjournaal. Zij zouden het debat voorzitten. Een voor een druppelden de lijsttrekkers naar binnen en namen plaats achter een grote, lange tafel. Er was een basisschool uitgenodigd om kritische vragen te stellen, hierna zouden wij ons nummer doen. De regisseuse verplichtte ons om op ‘de stip’ te blijven staan. Gezien onze live-reputatie was dit erg moeilijk. We hadden niet veel tijd gehad om dit nieuwe nummer in te studeren. Drie dagen. Achteraf bekeken waren de opgeschreven zinnen veel te lang om op zo’n snelle beat te rappen. Maar het gaat ons altijd om de inhoud van een tekst, niet om de flow. Omdat het semi-live was, kon ons optreden eventueel een tweede keer opgenomen worden. Dit was alleen in uitzonderlijke gevallen, omdat de politici maar tijd hadden voor 10 á 15 minuten uitloop van de uitzending. Hierna gingen ze weer aan het werk. Met deze wetenschap namen we plaats in het publiek. We kregen een draadloze mic mee. De opnames begonnen. In onze zenuwen hebben we niets van de onderwerpen meegekregen. We wachtten en wachtten en wachtten, tot we – drie kwartier later – door Hans aangekondigd werden als ‘de sensatie van popfestival Noorderslag’. We pakten onze microfoons. “Ok, gooi die beat er in!”. Terwijl ik mij zo goed mogelijk probeerde te concentreren op de tekst had ik mijn blik gericht op één punt. Dat was de monitor die hoog boven ons hing, waarop wij - met een vertraging van 2 seconden - te zien waren. Het ging goed, tot dat moment. Die vertraging leidde mij juist erg af! Ik sloeg 8 zinnen over en besloot de opnames plat te leggen. De opnameleider keek verschrikt. Jan Marijnissen boog zich voorover en zei: “Waarom stop je? Het ging toch juist goed!”. De minister-president vond ook dat het goed ging. Dan nog maar een poging. Terug naar de plek, opnieuw de aankondiging en terug naar de stip. Dat ging al beter.

MG autobiografie - pagina 117 t/m 119:
Al vanaf het begin dat we onder MG muziek maakten – 2001 - hadden we een website. De URL was eerst www.moordgasten.surft.nl, zo gratis als het maar kon. Snel veranderden we dit in www.moordgasten.nl. Elk nieuwtje, optreden, nieuw nummer, tekst, foto’s, stonden zo snel mogelijk online. En zo snel mogelijk was bij ons altijd dezelfde dag van het optreden. Na optredens deelden we altijd een flinke stapel flyers uit. Binnen 24 uur was de meest recente mp3 dan bijna net zo vaak gedownload, als dat we flyers hadden uitgedeeld. De bezoekers bleven terugkomen. Zo bouwden we een steeds grotere internet-fanbase op. Een ander vast item was ‘de plaat van de week’. Elke week beschreven wij een album die volgens ons zo goed was voor een ere-plaat op de site. Omdat de website altijd up-to-date was en op die manier representatief was voor waar wij op dat moment voor stonden, promootte ik de website zo veel mogelijk. Als we op de radio of televisie kwamen kregen we soms te horen om beslist geen reclame te maken. Maar het noemen van een website-adres rekende ik niet onder reclame. Regisseurs van live-programma’s dachten daar anders over.
Martijn en ik maakten zelf radioprogramma’s, waarin we nederhopplaten draaiden, veel illegale primeurs, maar ook vergeten juweeltjes zoals ‘Celluloid Heroes’. Om de demo’s van nieuwe nummers thuis goed op te nemen kochten we van Martijn’s krantenwijk een Røde microfoon en een voorsterker/mixer. Die apparatuur kwam goed van pas toen we Radio Moordgasten gingen presenteren. De mixer diende nu ook echt als mixer, en met zo’n microfoon klonken de radioshows ook professioneel. In ieder geval het geluid, dan. Er moest ook een tweede geluidskaart komen, om de jingles en fillers en de muziek los van elkaar in het mengpaneel te kunnen schuiven. En dat ook weer allemaal van Martijn’s krantenwijk. Onze radioshows varieerden in lengte, het kon een half uur duren, maar ook 70 minuten. Het enige wat vast stond waren de platen die we gingen draaien. Al werd daar meestal snel van afgeweken. Was het programma afgelopen maakte ik er snel een mp3 van, zodat die op de site kon worden gedownload onder het kopje ´Radio Moordgasten´. Één probleem: een mp3 van 60 minuten in goede kwaliteit – 192 kbps of hoger - is al snel zo’n 90 MB. Dat was een groot obstakel als je geen webruimte tot je beschikking hebt. Daardoor gingen we van een gratis site, naar een betaalde site met veel webruimte. Ja, en ook weer van die krantenwijk. Het liep goed, elke week een nieuwe show online die veel beluisterd werd. Ik had een RSS-feed op de pagina gezet, zodat de bezoekers een melding in hun RSS-lezer kregen op het moment dat er een nieuwe show online stond. Ja, je kunt zeggen dat wij de allereerste podcasters ter wereld waren. Door de massale downloads van de radioshows, misschien juist door de illegale primeurs, kregen we last met officiële instanties. De provider van moordgasten.nl vroeg zich ook af of die terabyte per maand nu echt nodig was. Wij vonden van wel. Twee tegen één. Toen zijn we maar gestopt met MG Radio.
Tot nu toe had ik alles zelf geregeld. Zowel op muzikaal gebied, als op zakelijk gebied. En dat leverde vaak grappige situaties op. Als iemand een interview met ons probeerde te regelen, mailde ik en maakte ik de afspraken. Soms kwamen journalisten of boekers er pas op de dag van de afspraak achter met wie ze hadden onderhandeld. Na Noorderslag ging alles zo snel en werd alles zo veel groter en professioneler, dat het ons verstandig leek om een echte manager/boeker te nemen. Telefoongesprekken met zalen of festivals voeren tijdens een proefwerk ging niet langer. We waren in de positie geraakt dat we van alles maar gewoon het beste namen. Zo kwamen we bij Emiel Govaert. We vroegen aan Emiel of hij onze manager wilde worden. En hij zei ‘ja’. We waren op dat moment al de een-na-beste Nederlandstalige hiphop-band van Nederland. Binnen een paar weken waren we, niet onbelangrijk, de best betaalde hiphop-band van Nederland. We zijn altijd bij ons standpunt gebleven dat we onze eigen muziek wilden maken en bepalen. Met geld verdienen met zelfgeschreven muziek is helemaal niets mis. We konden nu onze studio uitgebreiden tot een professionele thuis-studio. De Digi002 in combinatie met de Command 8 hadden we al een poosje op ons verlanglijstje staan. Sinterklaas vond het te duur. Met onze zelfverdiende aanwinsten bouwden we stukje bij beetje aan een studio. Het werd ons nu een stuk makkelijker gemaakt. We konden thuis alles opnemen, afmixen en masteren. Voor het nu op een TELEAC-curcus gaat lijken: Je moet nog altijd alle creatieve impulsen zelf inbrengen. Dure apparatuur waar je niets instopt, daar komt echt niets uit. Het was wel een flinke stap vooruit.

Einde fragmenten - wordt vervolgd! |